Slaapapneu laat sporen na in je mond. Je tandarts ziet die bij een gewone controle. Daarna zorgt Airly voor de volgende stappen: een korte vragenlijst, overleg met je huisarts, een slaaptest in je eigen bed en een slaaparts die de uitslag met je bespreekt.
Snurken, 's nachts wakker schrikken, een droge mond, hoofdpijn in de ochtend. Het lijken kleine dingen. Maar het kunnen tekenen zijn van slaapapneu: je ademhaling stopt 's nachts steeds even. Op den duur kost dat energie, en het is slecht voor je hart.
8 op de 10
8 op de 10 mensen met slaapapneu weten het niet.
onder volwassenen met matige tot ernstige slaapapneu1
1 op de 5
1 op de 5 volwassenen heeft een matige tot ernstige vorm van slaapapneu.
Je luchtweg valt even dicht. Je krijgt minder zuurstof. Je lichaam maakt je heel kort wakker om weer adem te halen, en je slaapt verder. Dat kan tientallen keren per nacht gebeuren zonder dat je er 's ochtends iets van weet.
Ademhaling
Zuurstof
Ademstops
24 s18 s
02:14:0002:14:3002:15:0002:15:3002:16:00
Over de hele nacht
147ademstops
18,2keer per uur (AHI)
Matigslaapapneu
GeenLichtMatigErnstig
Twee minuten uit één nacht · illustratief, geen echte meting.
Waarom juist je tandarts
Niemand kijkt zo vaak in je mond.
Je ziet je tandarts vaker dan je huisarts. En bij elke controle kijkt die in je mond. Precies daar zijn belangrijke tekenen van slaapapneu te zien.
De signalen
Vijf signalen, en wie ze als eerste ziet.
Drie zie je alleen als je in de mond kijkt. Eén merkt je partner. En één merk je zelf, al noem je het meestal gewoon slecht slapen.
Wie merkt het: Je tandartsJe tandarts
Inkepingen op de rand van je tong.
Je tong drukt 's nachts tegen je tanden als het ademhalen moeizaam gaat.
Wie merkt het: Je tandartsJe tandarts
Slijtage door knarsen.
Knarsen komt vaker voor bij mensen met slaapapneu.
Wie merkt het: Je tandartsJe tandarts
Een hoog of smal verhemelte, en weinig ruimte achter je tong.
Te zien bij een gewone controle, vaak voordat je er last van hebt.
Wie merkt het: Je partnerJe partner
Je snurkt, en stopt soms even met ademen.
Vaak het eerste teken. Je merkt het zelf bijna nooit.
Wie merkt het: JijJij
Je wordt moe wakker, met een droge mond of hoofdpijn.
Ook na een lange nacht. Veel mensen wennen eraan.
Zo werkt het
In zes stappen van signaal naar uitslag.
Je hoeft zelf niets te regelen. Airly begeleidt elke stap, en je eigen tandarts en huisarts blijven erbij betrokken.
1Bij de controle
Je tandarts ziet iets
Bij een gewone controle ziet je tandarts tekenen van slaapapneu.
2Daarna
Een korte vragenlijst
Je krijgt een bericht met een paar vragen over je slaap en je gezondheid.
3Meestal binnen een week
Je huisarts geeft akkoord
Is een slaaptest zinvol, dan geeft je huisarts akkoord. Dat gaat digitaal.
4Eén nacht
Je meet thuis
Het meetapparaat komt bij je thuis. Je slaapt er één nacht mee, in je eigen bed.
5Binnen 3 werkdagen
Een slaaparts kijkt mee
Een slaaparts beoordeelt je meting en stelt vast of je slaapapneu hebt.
6Tot slot
Je bespreekt de uitslag
In een videogesprek hoor je van de slaaparts wat er nodig is, en wie dat regelt. Soms is dat niets.
De slaaptest en de beoordeling door de slaaparts vallen onder je basisverzekering. Een aanvullende verzekering heb je niet nodig. Ben je 18 of ouder, dan telt het mee voor je eigen risico. Hoeveel dat is, hangt af van wat je dit jaar al hebt gebruikt.
De nacht van de meting
Eén nacht, in je eigen bed.
Je draagt een klein apparaat om je pols, een sensor op je vinger en een sensor op je borst. Het snoertje loopt door je mouw, zodat je er niet aan blijft haken. 's Ochtends doe je alles af.
De meting telt hoe vaak per uur je ademhaling even stopt. Dat getal bepaalt hoe ernstig je slaapapneu is. Dit wordt de AHI genoemd.
Een voorbeeld: 22 keer per uur is matig.
AHI 22 — Matig (15 tot 30 per uur)
Geen slaapapneuminder dan 5
Licht5 tot 15
Matig15 tot 30
Ernstigmeer dan 30
Op je uitslag staan meer getallen, zoals je zuurstof en hoe vaak je op je rug lag. Die helpen de slaaparts bij het advies.
De slaaparts kijkt altijd naar je getal én naar je klachten. De arts stelt de diagnose, niet het apparaat. Is de uitslag niet duidelijk, dan volgt een uitgebreider onderzoek in een slaaplab. Je krijgt nooit een uitslag zonder dat je weet wat de volgende stap is.
En dan?
Een plan dat bij jou past.
Er is niet één behandeling voor iedereen. De slaaparts kijkt naar je uitslag en naar jouw situatie, en bespreekt wat past.
En soms is er niets nodig. Blijkt uit de meting dat je geen slaapapneu hebt, dan is dát de uitslag. Dan weet je in elk geval waar je aan toe bent.
Veelgestelde vragen
Vragen die anderen ook stelden.
Hoe begin ik?+
Je begint niet zelf. Je tandarts of huisarts stelt het voor als er tekenen zijn. Merk je zelf iets? Bespreek het bij je volgende controle.
Hoe lang duurt de meting?+
Eén nacht. Het apparaat komt thuis, met uitleg. Kies een nacht waarin je minstens zes uur kunt slapen.
Wat als ik zelf geen klachten merk?+
Dat komt vaak voor. Veel mensen met slaapapneu voelen overdag weinig, en merken pas later hoeveel er veranderde.
Zijn mijn gegevens veilig?+
Je zorggegevens staan in Nederland. Alleen de zorgverleners die bij jou betrokken zijn kunnen erbij, en de verbinding is beveiligd.
Wat als mijn huisarts geen akkoord geeft?+
Dan stopt de route, en je hoort waarom. Je kunt een meting altijd zelf betalen, ook bij lichte klachten.
Krijg ik altijd een behandeling?+
Nee. Soms blijkt uit de meting dat er niets nodig is. Ook dan weet je waar je aan toe bent.
CE-gemarkeerdHet meetapparaat is een medisch hulpmiddel
BIG-geregistreerde slaapartsBeoordeelt je meting en stelt de diagnose
AVGJe zorggegevens worden in Nederland verwerkt
Versleutelde verbindingTussen jou en je zorgteam
Waar je gegevens staan, wie erbij kan en wat er wordt vastgelegd, staat op beveiliging.
Bronnen
Bevolkingsonderzoek waarbij iedere deelnemer een nacht lang gemeten wordt, is duur en wordt zelden herhaald; voor twee van deze cijfers bestaat geen recenter alternatief. Waar nieuwer bewijs er wél is, pakt het niet altijd gunstiger uit: gerandomiseerd onderzoek naar behandeling met CPAP vond geen duidelijk effect op hart- en vaatziekten. En nieuwere schattingen van hoe vaak slaapapneu voorkomt liggen juist hóger dan de oudere, deels doordat meetapparatuur gevoeliger is geworden.
4 bronnen tonenMinder tonen
8 op de 10 mensen met matige tot ernstige slaapapneu weten het zelf niet.
Young T, Evans L, Finn L, Palta M. Estimation of the clinically diagnosed proportion of sleep apnea syndrome in middle-aged men and women. Sleep, 1997;20(9):705–706.
93% van de vrouwen en 82% van de mannen, en alleen bij een matige tot ernstige vorm. Het onderzoek is uit 1997, uit Wisconsin (VS), en telde 4.925 werkende volwassenen met een slaaponderzoek bij 1.090 van hen. Een recent Nederlands cijfer hierover bestaat niet.
1 op de 5 volwassenen heeft een matige tot ernstige vorm van slaapapneu.
Fietze I, Laharnar N, Obst A, et al. Prevalence and association analysis of obstructive sleep apnea with gender and age differences — Results of SHIP-Trend. Journal of Sleep Research, 2019;28(5):e12770.
21% onder 1.208 volwassenen van 20–81 jaar in Noordoost-Duitsland, en het verschil tussen mannen en vrouwen is groot: 30% tegen 13%. Een lichte vorm of erger had 46%. Mét duidelijke slaperigheid overdag ging het om 6%.
Mensen met de meeste ademstops hebben 2,4× vaker hartfalen.
Shahar E, Whitney CW, Redline S, et al. Sleep-disordered breathing and cardiovascular disease: cross-sectional results of the Sleep Heart Health Study. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine, 2001;163(1):19–25.
Het cijfer gaat over hartfalen; voor hart- en vaatziekten als geheel was het 1,4×. Een dwarsdoorsnede-onderzoek op basis van zelfgerapporteerde aandoeningen, dat mensen mét en zónder behandeling niet met elkaar vergeleek.
Is de uitslag van een thuis-slaaptest niet duidelijk, dan volgt een uitgebreider onderzoek in een slaaplab.
Kapur VK, Auckley DH, Chowdhuri S, et al. Clinical Practice Guideline for Diagnostic Testing for Adult Obstructive Sleep Apnea. Journal of Clinical Sleep Medicine, 2017;13(3):479–504.
De richtlijn gaat over volwassenen bij wie slaapapneu al wordt vermoed, en niet over bevolkingsonderzoek.
De volgende stap
De route begint bij je tandarts.
Herken je een van de signalen hierboven? Of slaap je slecht? Zeg het bij je volgende controle bij de tandarts, of bij je huisarts. Zij vragen de slaaptest voor je aan. Heb je een vraag? Stel hem gerust aan ons.