Een man slaapt op zijn rug in een schemerige slaapkamer, hoofd achterover en mond open, met een glas water op het nachtkastje.

Over slaapapneu

Elke nacht stopt je adem. Zonder dat je het weet.

Slaapapneu komt veel voor. De meeste mensen weten niet dat ze het hebben. Wie het op tijd ontdekt, kan er tijdig wat aan doen.

Wat is slaapapneu?

Je luchtweg valt 's nachts steeds even dicht.

Slaapapneu betekent dat je adem in je slaap steeds even stopt of heel zwak wordt. De meest voorkomende vorm is obstructieve slaapapneu, kortweg OSA. Daar gaat deze pagina over. Er is ook een zeldzamere vorm, centrale slaapapneu. Daarbij is je keel open, maar geven je hersenen even geen seintje om te ademen.

Als je slaapt, ontspannen de spieren in je keel. Bij slaapapneu valt je keel daardoor dicht. Je probeert adem te halen, maar er komt geen lucht binnen.

Na tien seconden of langer grijpt je lichaam in. Je wordt heel even wakker en je keel gaat weer open. Je herinnert je er niets van. Maar het gebeurt vele keren per nacht.

Apneu
Je adem stopt tien seconden of langer helemaal.
Hypopneu
Je ademt nog wel, maar veel minder, en je zuurstof zakt.
AHI
Het aantal ademstops per uur. Dit getal bepaalt hoe ernstig je slaapapneu is.
ODI
Hoe vaak per uur je zuurstof zakt. Dat zegt iets over je hart.

Wat er 's nachts gebeurt

Twee minuten, uitgetekend.

Dit is wat de slaaptest vastlegt. Je adem stopt. Even later zakt je zuurstof. Je lichaam maakt je heel kort wakker om weer adem te halen. Daarna slaap je verder.

Twee minuten uit één nacht

Laagste zuurstof in beeld88%

stops100%90%0 s20 s40 s60 s80 s100 s120 sAdemhalingZuurstof24 s18 s

Over de hele nacht

147keer stopte je ademhaling

18,2AHI — Matig (15 tot 30 per uur)

Twee minuten uit één nacht · illustratief, geen echte meting.
Dezelfde slaapkamer, dichterbij: de slapende man met zijn handen op zijn borst en het nachtkastje op de achtergrond.

Tot honderden keren per nacht. En 's ochtends weet je alleen dat je moe bent.

Waarom het ertoe doet

Slecht slapen is meer dan moe zijn.

Door al die onderbrekingen kom je niet in een diepe slaap. Overdag merk je dat. Je bent moe en prikkelbaar, en je kunt je slecht concentreren. Veel mensen wennen eraan en noemen het gewoon slecht slapen.

Op de lange termijn is slaapapneu slecht voor je hart en je bloedvaten. Mensen met veel ademstops hebben vaker hartfalen en andere hart- en vaatziekten. Wordt slaapapneu niet ontdekt en niet behandeld, dan blijft dat risico bestaan.

De signalen

Herken je deze signalen?

Eén signaal zegt weinig. Heb je er drie of meer? Dan is dat een goede reden voor een slaaptest.

  • Wie merkt het: Merkt je partner

    Hard snurken, elke nacht

    Ook als je op je zij ligt.

  • Wie merkt het: Merkt je partner

    Je adem stopt even

    Vaak het eerste en duidelijkste signaal.

  • Wie merkt het: Merk je zelf

    Slaperig overdag

    Je dommelt weg bij de tv, of achter het stuur.

  • Wie merkt het: Merk je zelf

    Moeite met concentreren

    Je verliest de draad, ook bij dingen die je goed kent.

  • Wie merkt het: Merk je zelf

    Hoofdpijn 's ochtends

    Bij het wakker worden, vaak met een droge mond.

  • Wie merkt het: Meet je arts

    Hoge bloeddruk

    Vooral als die hoog blijft, ook met medicijnen.

Close-up van een mond die opengaat tijdens een tandartscontrole, met een mondspiegel die van rechts in beeld komt.

De rol van de tandarts

Twee keer per jaar in de stoel. Dat is een kans.

Wat je tandarts ziet

Je tandarts kijkt precies op de goede plek.

Je huisarts zie je als je klachten hebt. Je tandarts zie je twee keer per jaar, ook als je je goed voelt. En die kijkt precies naar de plek waar slaapapneu ontstaat.

Het gaat bijna altijd om ruimte in je keel. Een grote tong, een smal verhemelte of grote amandelen nemen ruimte weg. Afdrukken van je tanden op je tong verraden dat je tong 's nachts naar achteren zakt. En versleten tanden wijzen op knarsen. Dat komt vaker voor bij slaapapneu.

Geen van deze dingen betekent op zichzelf dat je slaapapneu hebt. Samen zijn ze een reden om door te vragen. Wat je zelf vertelt, telt net zo zwaar: dat je moe wakker wordt, of dat je partner je hoort stoppen met ademen. Zeg dat gerust in de stoel.

Wat een uitslag betekent

Eén getal, en alles wat er verder meetelt.

De slaaptest telt hoe vaak per uur je adem stopt. Dat getal valt in een van vier groepen. Maar het is één getal, en je slaaparts kijkt naar meer dan dat.

  1. Geen slaapapneuminder dan 5
  2. Licht5 tot 15
  3. Matig15 tot 30
  4. Ernstigmeer dan 30

Hoe hoger het getal, hoe groter de kans dat de slaaparts een behandeling voorstelt.

De test legt in dezelfde nacht meer vast. Hoe vaak je zuurstof zakt, zegt iets over je hart. Ook of je snurkt, hoe je hartslag reageert en hoe je ligt.

Je houding maakt vaker verschil dan je denkt. Bij sommige mensen stopt de adem vooral op de rug. Bij een lichte of matige vorm kan slapen op je zij dan genoeg zijn. Een klein apparaatje dat trilt helpt je daarbij.

Is je getal laag, maar houden je klachten aan? Dan kan er een uitgebreider onderzoek volgen in een slaaplab. De uitslag komt dus niet van een apparaat. De slaaparts kijkt naar de hele nacht, naar je klachten en naar je gezondheid. Daarna stelt de slaaparts de diagnose en bespreekt wat er nodig is.

Bronnen

  1. De vier categorieën hierboven worden begrensd door een AHI van 5, 15 en 30.

    Kapur VK, Auckley DH, Chowdhuri S, Kuhlmann DC, Mehra R, Ramar K, Harrod CG. Clinical Practice Guideline for Diagnostic Testing for Adult Obstructive Sleep Apnea: An American Academy of Sleep Medicine Clinical Practice Guideline. Journal of Clinical Sleep Medicine, 2017;13(3):479–504.

    doi.org/10.5664/jcsm.6506

    De richtlijn hanteert 5, 15 en 30 als drempelwaarden voor de ernst van OSA. De Nederlandse namen van de vier categorieën komen er niet uit.

Nog 3 bronnen tonenMinder tonen
  1. Een meting wordt altijd samen met een volledige slaapevaluatie gelezen — en blijft de uitslag onder de drempel terwijl je klachten aanhouden, dan volgt verder onderzoek.

    Kapur VK, Auckley DH, Chowdhuri S, Kuhlmann DC, Mehra R, Ramar K, Harrod CG. Clinical Practice Guideline for Diagnostic Testing for Adult Obstructive Sleep Apnea: An American Academy of Sleep Medicine Clinical Practice Guideline. Journal of Clinical Sleep Medicine, 2017;13(3):479–504.

    doi.org/10.5664/jcsm.6506

    De richtlijn spreekt van een negatieve, niet-sluitende of technisch ontoereikende meting, en gaat over volwassenen bij wie slaapapneu al wordt vermoed — niet over bevolkingsonderzoek.

  2. Bij sommige mensen hopen de ademstops zich op in rugligging, en bij een lichte tot matige vorm daarvan kan positietherapie op zichzelf volstaan.

    Wali S, Kanbr O, Alhejaili F, Alshumrani R, Manzar MD, Mansour H. Prevalence and characteristics of positional obstructive sleep apnea in a Saudi population-based cohort. Medicine (Baltimore), 2024;103(46):e40455.

    doi.org/10.1097/MD.0000000000040455

    Het cohort is Saoedisch en niet Noord-Europees, en de cijfers gaan over mensen bij wie al slaapapneu is vastgesteld. De bron zegt niets over mensen van wie de AHI onder de 5 blijft.

  3. Mensen met veel ademstops hebben vaker hartfalen en andere hart- en vaatziekten.

    Shahar E, Whitney CW, Redline S, et al. Sleep-disordered breathing and cardiovascular disease: cross-sectional results of the Sleep Heart Health Study. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine, 2001;163(1):19–25.

    doi.org/10.1164/ajrccm.163.1.2001008

    Een dwarsdoorsnede-onderzoek op basis van zelfgerapporteerde aandoeningen, dat mensen mét en zónder behandeling niet met elkaar vergeleek. Het zegt dat de aandoeningen vaker samen voorkomen, niet wat oorzaak en gevolg is.

De volgende stap

Vermoed je zelf slaapapneu?

Zeg het bij je volgende controle bij de tandarts, of bij je huisarts. Vraag of ze met Airly werken. Heb je een vraag? Stel hem gerust aan ons.